Een beetje stad heeft rafelranden. Ruige gebiedjes, waar het serieus donker kan zijn, en waar nog niet alles is aangeharkt. Haarlem is in de 21ste eeuw zo welvarend, dat het zelfs aan die rafelranden goed toeven is.

Tussen de scherpe Spaarnebocht bij de Koudenhorn en de Waarderpolder ligt een spannend gebied, doorsneden door de zware, oudste spoorlijn van Nederland. Er middenin torent de Koepelgevangenis boven de huizen uit. De enige in zijn soort, naast die van Breda en Arnhem (quizvraag!), maar: hij is zichzelf niet meer.
De kolossale verbouwing van het stokouwe martelhuis gaat ervoor zorgen dat Haarlem een educatief en cultureel brandpunt rijker wordt: zes film- en congreszalen, een Business University, een zwembad, winkeltjes, een hotel, een ijshal, en tientallen studentenwoningen. En maar twee zaken uit deze opsomming heb ik verzonnen.

Komende december al moeten de eerste films er gaan draaien.
Ik werd uitgebreid rondgeleid door opzichter Patrick, en zag een imposant, gapend ravijn waar straks films, seminars en colleges gaan plaatsvinden. Een totaal wonder voor iemand die een schilderijtje wel recht, maar niet óp kan hangen.

De Harmenjansstraat, noordwaarts langs de Koepel, leidt langs twee nieuwe, oeroude straatnamen die de kop van het oude scheepsbouwkwartier vormen: de Kaapstanderstraat en de Windasstraat. Dan fiets ik tot mijn verrassing langs een nog steeds springlevende Oerkap: het stadsstrandje met lounge-café en terras, waar je vanuit de trein zo jaloers naar kijkt in de hete zomer. Een spectaculair gesprek met bedrijfsleidster Inger leert me dat de Oerkap gered is en er zelfs de vervallen voormalige Drijfriemenfabriek bij krijgt. Met die extra uitbreiding kan de Oerkap als muziek- en comedypodium gaan opereren… als alles de komende maanden gaat lukken. Het beste wat dat hoekske had kunnen overkomen, en een grote beloning voor de jonge harde werkers die zoveel in die rafelrand geïnvesteerd hebben.

Na de geduchte oversteek van de Oudeweg fiets ik de echte Harmenjansbuurt in. Vroeger een beruchte volkswijk, een van de kleurrijkste van Haarlem. Verkrot, gesloopt, en nu herboren als de Sportheldenbuurt. State of the art nieuwbouw, een niet geringe Spaarneboulevard (het Max Euweplein), het Drostecomplex met inbouwappartementen, en de échte pioniersgrens vlak over het hek: het Lichtfabriekcomplex.

Inmiddels is daar binnen een half jaar, naast de ruïne van het transformatorhuisje, een imponerend glas-bakstenen gebouw verrezen. Er staat, heel geheimzinnig, nergens vermeld waartoe dat gebouw dient. Een buurt waar je je aan de lang verwaarloosde rand van Haarlem eventjes in hippe wereldsteden als Rotterdam of Barcelona waant. Toerisme in eigen stad: de ideale pandemiebestrijding.

LEVEN! 89