Er zijn talloze buurten in Haarlem waar een mens vaak allen maar langs suist. Of misschien doorheen kruist, per auto of fiets. Je kan dat jaren doen zonder ooit een blik in de buurt zelf te werpen. Een tijd geleden overkwam mij dat in de Slachthuisbuurt. Vanouds in Haarlem onderschat, tikje bloedige naam ook, en onterecht bovendien want de straten daar hebben de meest weelderige middeleeuwse namen: de Arnulfstraat, de Barbarossastraat, de Zwaardstraat en de Saracenenstraat. En de mooiste: de Graaf van Wiedstraat, waar eigenlijk een grote coffeeshop op de hoek hoort te zitten… quod non. De buurt heeft wel geprobeerd als Kruistochtbuurt bekend te worden, maar dat is niet helemaal gelukt, en achteraf voor de ook aanwezige islamitische bewoners misschien ook niet zo kies.

Maar wat een prachtige coöperatie-projecten zijn daar in de loop van een eeuw neergezet! De Nijlstraat spant de kroon met Mondriaan-achtige zwart-rood-gele kozijnen en deurlijsten, prachtige baksteenpatronen, je kan daar ’s zomers Chinese toeristen zien fotograferen tegenwoordig. Maar ook de veel nieuwere architectuurwoningen in de Patriarchstraat zijn in drie tinten geel de moeite waard. Diep in de buurt zijn talloze ‘per ongelukke’ pleintjes die je meer in Italiaanse stadjes verwacht, vaak met beeldige speeltuintjes. De straten zijn allemaal tamelijk tot zeer breed, er zijn weinig winkels, het is een woonwijk pur sang waar hard aan gewerkt wordt. In het kloppend hart van de Slachthuisbuurt dat als ‘Bavodorp’ bekend staat, is zelfs een deel van de woningvoorraad dichtgetimmerd en afgesloten. Het lijkt even de Aleppostraat, maar daar worden tot en met 2023 ruim 250 huizen gerenoveerd tot nieuwe bloei.

Dichter bij het befaamde Betondorp in Amsterdam (ook onderschat fraai) kom je in Haarlem misschien niet. De grenzen van de buurt hebben ook allemaal iets speciaals. Het Spaarne stroomt één kant voorbij, langs de Schalkwijkerweg, de Zomervaart aan de andere kant. Vanuit mijn kano heb ik daar op nummer 90 de chic verbouwde stadsboerderij al vaak zien schitteren. Ernaast is een bijzonder vaag stukje land-met-schuren, wat sterk afsteekt tegen de modelboerderij!

Weer elders wordt de buurt begrensd door het rafelige Oosterpark, waar van alles te doen is. Zo dacht ik er, heel oneerbiedig, de trotse kruistochtridder Godfried van Bouillon op een amechtig hobbelpaard te zien zitten. Het blijkt bij nadering om een blozende slager-met-pet te gaan, die op een aangeklede koe zit waar een zwaard uit steekt. De slager heeft deze koe aangetrokken als carnavalskostuum! Het beeld heet ‘de Koe en de Slager’, in 2004 door de buurt zelf unaniem gekozen uit een groot aantal ontwerpen.

De Slachthuisbuurt is ongetwijfeld niet de ‘rijkste’ buurt van Haarlem. Maar ik kan me toch voorstelen dat de bewoners zich er best rijk kunnen voelen. Er is op een -voor de tijd van bouwen, vroege 20ste eeuw- wonderlijk veel ruimte geschapen, er staan prachtige gebouwen, oude scholen nu in gebruik als Kinderopvang of sportschool, en het ademt dorps- en stadssfeer tegelijk… En: het oer-Haarlemse rood/zwart in de nummering is er tot kunst verheven. Een buurt om in de gaten te houden. Er komt meer te koop, en dat zal hard gaan!