Cees Dam is architect. Sinds jaar en dag zelfs één van de meest toonaangevende en invloedrijke van het land. Niet voor niets werd hij benoemd tot hoogleraar architectuur aan de TU Delft en ontving hij een Koninklijke onderscheiding voor zijn inzet voor de architectuur als duurzaam onderdeel van de samenleving. En toch is hij geen architect.

Cees Dam – Velsen, 31 juli 1932
Dam & Partners Architecten

Niets is standaard op kantoor bij Dam & Partners

Bij binnenkomst is het meteen duidelijk, dit wordt geen standaard interview. Bij Dam & Partners bevind je je ogenschijnlijk in een rariteitenkabinet, waarbij opgezette dieren, schilderijen, maquettes, glassculpturen en meubilair om aandacht schreeuwen. Niets is hier standaard. Hier wordt een eigen standaard gehanteerd. Maar laat je ook niet misleiden, want achter deze bonte verzameling zit een duidelijke visie. Die van Cees Dam, die zich omringt weet door alles wat hem raakt, motiveert, inspireert en ontroert.

Creativiteit als drijfveer

Het is die creativiteit en weidse blik die Cees nog altijd vanuit een persoonlijke lyriek aanzet tot nieuw werk, alle vormen van kunst versmeltend. En nog altijd met een ondeugende blik in zijn ogen, als een kwajongen, die vriend en vijand blijft verrassen. En zichzelf. De diepe liefde voor vernieuwing en beweging is hem aangeboren, niet aangeleerd. Cees: ‘Als kind wilde ik beeldhouwer worden, maar dat was binnen onze diplomatieke en zakelijk ingestelde familie ongepast. Architect had nog wat aanzien en werd als beste onder de kwade nog enigszins gedoogd. Op de HBS bouwkunde voelde ik me als de timmerman die Latijn sprak. Ik heb kunst altijd als drijfveer omarmt, grenzeloos, vernieuwend, onzeker en in welke vorm dan ook. Door de strakke, organisatorische hand van wijlen mijn vrouw Josephine heb ik uiteindelijk de ordening gekregen die mijn carrière vorm heeft gegeven. Met creativiteit alléén kom je er niet, althans, niet waar we nu staan met het bedrijf. Ik ben geen zakenman.’

‘Op de HBS was ik als een timmerman die Latijn sprak’

De combinatie van creativiteit en goed leiderschap heeft geleid tot een immense lijst aan opdrachten, van privéverblijven voor de ‘captains of industry’ tot aan het hoogste kantoorgebouw van Nederland (de Maastoren in Rotterdam, 165 meter, red.) en van zijn eigen droomhuis in Frankrijk dat hij ontwierp voor Josephine tot aan de Stopera. Cees: ‘Het huis in Frankrijk zal altijd bovenaan mijn lijst blijven staan. Dat is niet alleen vanuit de natuurlijke ligging en de architectuur het geval, want dat zijn slechts de kaders waarbinnen het is ontworpen. Het object in relatie tot de inhoud, voor wie het is ontworpen, maakt het zo volmaakt.’ Het maakt duidelijk dat daar de beeldhouwer Dam spreekt, die zijn sculpturen vanuit de inhoud vormgeeft, daar waar het hart schuilt. Architectuur is dan slechts het excuus om te kunnen doen wat hij wil doen, een hulpmiddel.

Cees Dam is altijd in beweging

Cees Dam oogt niet alleen jong, hij is het ook. Met zijn 87 jaar en zijn staat van dienst mag je hem gerust de eminence grise* van de Nederlandse architectuur noemen, maar daar beledig je hem ook mee, zo speels als hij is. Zijn kijk op de maatschappij maakt dat duidelijk: ‘De wereld is altijd in beweging en vanuit onze creativiteit moeten we eigenlijk altijd op zoek naar iets nieuws. Daarom heb ik het niet zo op met retro-bouw. Bouwstijlen die te veel leunen op het verleden. Vaak gaat het dan niet om de bouwstijl an sich, maar om de emotionele elementen die aan een bouwstijl is gelieerd en een hang naar het verleden. Het brengt dan ook angst voor vernieuwing met zich mee. Bij het ontwerpen van een nieuw object gaat het uiteindelijk ook juist om die emotie die het moet vatten, niet om het gebouw zelf, dat is slechts het omhulsel.

Vanuit die gedachte is het ook veel interessanter om weer nieuwe stijlen te ontwikkelen, waarbij natuurlijk wel elementen uit het verleden gebruikt kunnen worden. Als mensen een warm gevoel krijgen bij glas-in-lood uit de jaren 30 van de vorige eeuw ligt de uitdaging niet in het nabouwen van die huizen, maar in het eigentijds toepassen van de elementen die de juiste emotie opwekken. Nabouwen komt slechts voort uit onzekerheid en creatieve armoe.’ Het is fascinerend om te zien hoe Cees nog altijd middenin het leven staat, ontwikkelingen met haviksogen observeert en niet vies is van het ventileren van een duidelijke mening. Cees aanschouwt zichzelf als een echte dwarsligger: ‘Natuurlijk ben ik dat, maar zonder dwarsliggers wordt geen koers gehouden. Ik ben niet bang om alles ter discussie te stellen en ja, ook mezelf. Door je eigen onzekerheden onder ogen te zien, je kwetsbaar op te stellen, kun je alleen maar groeien. Wat dat betreft ben je ook nooit uitgegroeid. Wie nooit twijfelt haalt ook niet het beste uit zichzelf.’ De dwarsliggers van de buitencategorie zetten de wereld in beweging en al lijken ze soms zwart-wit, ze geven die ook kleur.

*machthebber die niet op de voorgrond treed.

‘Ik ben een echte dwarsligger. Maar zonder dwarsliggers wordt geen koers gehouden’

Perfectionist met gebreken

Cees Dam is een perfectionist die niet op zoek is naar het perfectionisme. Het wordt duidelijk als Cees vertelt over foutloosheid: ‘Perfectionisme is saai. In welke vorm dan ook. Of je nu kijkt naar een gebouw, een balletvoorstelling, een schilderij of een gerecht. Eigenlijk alles waar een scheppend vermogen aan ten grondslag ligt. Natuurlijk kan ik er een enorme bewondering over uitspreken als een artiest foutloos werkt, vind het oprecht knap of bijzonder, maar het verrast me niet. Het wordt te voorspelbaar, oogt te gemakkelijk. Ik ben op zoek naar het perfectionisme dat ook kan verwonderen, verrassen. De volmaakte fout, daar waar verwarring wordt gecreëerd ontstaat door een imperfectie.’ Het benadrukt de complexiteit van scheppende beroepen, het vinden van de balans tussen perfectionisme en rouwe randjes of subtiele details, daar ook waar pure schoonheid wordt gevangen. 

Kwaliteit moet overwinnen!

Het is vanzelfsprekend dat Cees Dam een heldere visie heeft over de toekomst, die hij ook niet onder stoelen of banken stopt. Cees: ‘Mijn visie op de toekomst is dat er te weinig visie is. Er wordt teveel geleefd naar de waan van de dag en dat maakt dat er op termijn altijd achter de feiten aan wordt gelopen. Er wordt te weinig nagedacht over de essentie van alles wat we doen. Ik zie gelukkig wel een nieuwe generatie opkomen die veel in hun mars heeft. Hopelijk trekken ze zich weinig aan van de iconen en vaste patronen en blijven ze werken vanuit een vrije geest, niet vanuit een gevestigde orde.

Uiteindelijk is het van belang dat kwaliteit het altijd wint, daar kun je op bouwen. Bekijk ook een thema als duurzaamheid op een andere manier. Naar mijn idee zit duurzaamheid niet zozeer in de materialen die worden toegepast of worden hergebruikt. Dat is duurzaamheid beperkt tot het bouwen. Echt effect gaan we pas sorteren als er op een duurzame manier wordt ontworpen, we duurzaam gaan denken. Grote kantoorcomplexen die met relatief kleine aanpassingen zijn om te bouwen naar woningen bijvoorbeeld. Met het oog op de toekomst zijn daar veel grotere winsten te behalen. Wet- en regelgeving zijn nu vaak een beperkende factor, maar ook daar moeten weer nieuwe dwarsliggers opstaan, die blijven uitdagen en duwen. We moeten waken dat het vak niet wordt verzwakt. Dat ligt voor een groot deel aan de opleidingen, ondersteuning vanuit de overheid, Europese wetgeving, maar ook voor een groot gedeelte in onszelf. We moeten altijd blijven vechten voor het onmogelijke. Dat is immers zoveel mooier dan het mogelijke.’

Cees Dam is letterlijk een vreemde vogel

Cees Dam onconventioneel en eigengereid. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat hij tijdens ons gesprek opeens een klein boekwerkje van geschept papier tevoorschijn tovert. Het is tot perfectie, in Japanse stijl, ingebonden, is in eigen beheer uitgegeven en is ‘Vreemde Vogels’ genaamd en het vat Cees perfect samen, is als een alter-ego. Cees: ‘Het zijn gewoon droedels, die ik in de loop der jaren heb verzameld.’ Het gaat gepaard met een steeds wisselende blik in zijn ogen, van ondeugend en ijdel naar ontroerend en kwetsbaar. Vanuit zijn onderbewustzijn ventileert hij zijn emoties zoals de droedels zijn ontstaan. Het gaat over mensen die hij liefheeft als zijn eigen vlees en bloed en over mensen die hem geen seconde konden boeien, of onzin uitkraamden. Over de streken die hij heeft geleverd en de wensen die hij nog heeft. Met een ontwapenende trots in zijn ogen laat hij vervolgens zijn favoriete droedel zien: ‘Kijk, deze vreemde vogel heeft net een ei gelegd. Die verwonderende blik, vol verbazing. Wat is er nu gebeurd?’ De laatste pagina’s van het boekje zijn onbeschreven, leeg. Het is geen imperfectie. Het is slechts een voorbode dat Cees Dam zichzelf en de rest van de wereld zal blijven verwonderen. En, zoals in eigen woorden aangegeven: ‘Ik heb het gevoel dat ik pas net ben begonnen, misschien word ik ooit nog een architect.’

Vogeltje bewerkt door Cees Dam